
De geschiedenis van de Surinaams-Chinese gemeenschap bestaat niet alleen uit jaartallen en
scheepslijsten. Ze bestaat uit mensen. Uit keuzes. Uit verlies, hoop, doorzettingsvermogen
en liefde. Uit verhalen die vaak nooit zijn opgeschreven, maar wel zijn doorgegeven – soms in een paar woorden, een oude foto of juist in een lange stilte.
Meer dan 170 jaar geleden maakten duizenden Chinezen de oversteek naar Suriname. Ze verlieten hun geboortegrond vanwege oorlog, armoede of politieke onrust, zonder te weten of ze ooit zouden terugkeren. Sommigen overleefden de reis niet. Anderen bouwden in Suriname een nieuw bestaan op als contractarbeider, winkelier, ondernemer, vader of moeder. Maar achter deze geschiedenis schuilen verhalen die nauwelijks in boeken voorkomen. Over Chinese vrouwen die per schip naar een onbekend land reisden om te trouwen met een man die ze alleen van een foto kenden. Over kinderen die naar China werden gestuurd om de taal en cultuur van hun voorouders te leren. Over gezinnen met Chinese én Creoolse wortels, waarvan de namen van moeders en grootmoeders langzaam uit het familiegeheugen verdwenen. Over mensen die leerden zwijgen, omdat doorgaan belangrijker was dan terugkijken.


